
Ik ben eigenlijk te moe, maar ik moet dit nog even doen en dan kan ik rusten.
Ik moet of wil nog vanalles, maar mijn lichaam houdt me tegen.
Ik heb pijn, maar ik neem wel een pijnstiller en dan kan ik weer door.
Dit zijn uitspraken die we dagelijks horen en ik moet toegeven dat ik mezelf er ook nog wel op betrap. We hebben van kleins af aan geleerd om onze geest centraal te stellen. In onze opvoeding en op school werd er veel aandacht besteed aan denken, analyseren, plannen, problemen oplossen. Allemaal met het oog op de maximale prestatie. We geven ons lichaam pas aandacht als het echt begint tegen te sputteren. Als het ons tegenhoudt om te presteren.
Hoe zijn we hier terecht gekomen ?
Volgens sommigen ligt een groot gedeelte van de schuld bij Descartes : “Je pense, donc je suis”. Hij maakte een onderscheid tussen lichaam en geest. De geest is de essentie van wie we zijn. Het lichaam werd gederangeerd als een machine. Die moest vooral functioneren en als ze niet goed werkte, dan moest ze gerepareerd worden.
Alhoewel deze visie al honderden jaren oud is, leeft ze nog steeds voort. Op school krijgen we nog steeds punten voor rekenen, taal, kennis en inzicht. Het hoofd wordt belangrijker ingeschat. Intuïtie en creativiteit krijgt steeds minder plaats. Het herkennen en benoemen van gevoelens en het aanvoelen van spanning in het lichaam is geen vak.
Ook in de gezondheidszorg is alles sterk gemedicaliseerd. Als het niet werkt, dan geven we een pil of wordt er geopereerd. We dragen bijna allemaal een horloge die ons elke morgen zegt of we goed geslapen hebben en die aangeeft of onze HRV gedaald of gestegen is. We vertrouwen op dat apparaat en leren af om te voelen of we goed geslapen hebben of om te voelen wanneer we rust nodig hebben.
De focus ligt dus op leren nadenken, maar veel minder op goed aanvoelen. Ons lichaam moet maar volgen met wat ons hoofd beslist.
Het lichaam als tegenstander
Het lichaam wordt op die manier ervaren als iets wat ons tegenhoudt.
Je wil doorgaan, maar je voelt je (te) moe.
Je wil presteren, maar je vergaat van de hoofdpijn.
Je wil nog meer doen, maar je energie is op.
Het hoofd zegt : “Nog even doorgaan”
Het lichaam zegt : “Ik heb rust nodig”
Meestal wint het hoofd. We negeren de signalen en denken dat we op wilskracht alles kunnen oplossen…. totdat het lichaam luider begint te spreken.
Totdat je vermoeidheid je echt fysiek tegenhoudt.
Totdat je hoofdpijn zo erg is dat je enkele uren op bed moet liggen.
Totdat je buikpijn je verhinderd om nog te functioneren …
Zie je lichaam als bondgenoot : leer zijn taal kennen
Verander je perspectief. Je lichaam werkt niet tegen je. Het werkt voor je. De vermoeidheid, de spanningen, de pijn, … ze zijn geen vervelende verstoringen van je plannen. Het zijn signalen die je iets duidelijk trachten te maken.
Meestal wachten we te lang om deze signalen waar te nemen waardoor ze al heel erg groot worden. Wachten tot je volledig uitgeput bent, is dus geen goeie strategie. Luister al naar de eerste signalen.
Hou dagelijks enkele keren per dag een check-in, bv. als je naar het toilet gaat.
Hoe voelt je energie ? Voel je je energiek ? Of ben je eerder moe ?
Voel je spanning ? Waar voel je die dan ? Je nek en schouders of eerder je benen ?
Heb je behoefte aan beweging of rust ?
Heb ik nood aan connectie of eerder even alleen zijn ?
Maak van de herstelmomenten een prioriteit
Plan consequent herstelmomenten in je agenda in. We plannen vergaderingen in, deadlines en afspraken. Maak echter ook plaats voor afspraken met jezelf : momenten waarop je kan opladen.
Bepaal wat je op dat moment het meest nodig hebt, en doe dat dan. Wees je bewust dat er verschillende soorten rust bestaan (zie de kunst van het rusten) en leer welke rust je lichaam/brein het meest nodig heeft.
Deze rust zorgt voor het broodnodige herstel. Het is geen luxe. Het zorgt ervoor dat je systeem, waar je elke dag op vertrouwt, blijft werken. Je lichaam EN je brein.
Maak structurele veranderingen in je leven.
Als je merkt dat die kleine herstelmomenten onvoldoende zijn, dan heb je waarschijnlijk niet enkel een herstelprobleem meer maar een structureel probleem. Dit vraag om structurele veranderingen.
Wat kost je continu te veel energie ? Doe de analyse en ga ermee aan de slag.
Welke overtuigingen laten je steeds weer tegen je grenzen aanlopen. Onderzoek je drivers.
– Ik moet sterk zijn
– Ik moet altijd perfect werk afleveren
– Ik mag niemand teleurstellen
– Ik moet steeds mijn verantwoordelijkheid nemen
– Ik mag pas rusten als ik het verdiend heb
Ga hiermee aan de slag. De link op de onderlijnde woorden brengen je naar tools en blogs waar dat onderwerp nog wat meer wordt uitgewerkt.
Onderzoek welke overtuigingen je in de plaats kan zetten. Welke gedachten kunnen je helpen hierin ?
In plaats van “Ik moet sterk zijn” wordt het misschien “Ik mag mild zijn voor mezelf zoals ik naar een vriend/vriendin zou zijn”.
In plaats van “Ik wil altijd perfect werk afleveren” wordt het misschien “Ik maak bewust de keuze welke taken ik (nagenoeg) perfect wil afleveren en welke minder belangrijk voor me zijn”.
Enz…
Samengevat
Je lichaam is dus geen machine die eindeloos moet presteren. het is ook geen tegenstander die je tegenhoudt in wat je wil bereiken.
Het is een medestander en een kompas. Luister naar de subtiele signalen die het uitstuurt en neem gepaste actie. Hierdoor heb je minder kans dat het luid moet gaan roepen.
Misschien ligt echte veerkracht niet in het doorgaan ondanks je eigen grenzen, maar eerder in het herkennen ervan EN het respecteren ! Rekening houden met je de grenzen van je lichaam is dus geen teken van zwakte, maar eerder een teken van wijsheid en sterkte op de lange termijn.

